Home > Populaire wijkinspecteur Patrick Broucke uit Damme met pensioen

Populaire wijkinspecteur Patrick Broucke uit Damme met pensioen

Geschreven op 28 februari 2020 door Mario De Wilde

Veertien. Meer levensjaren had Patrick ‘Brouckske’ Broucke (63) niet nodig voor het vinden van zijn politieroeping. De jonge en guitige Patrick ontpopte zich al snel tot een manusje-van-alles. Na een loopbaan van bijna 46 jaar hing hij begin dit jaar zijn uniform aan de haak. “Ik heb mijn werk heel graag gedaan. Met veel liefde. Het wijkteam van Damme mag mij zeker nog verwachten voor een koffie.”
Waarom koos je voor het blauwe uniform?
Het was een roeping. Op mijn veertiende vroeg ik toestemming aan mijn moeder om een sollicitatiebrief te sturen naar de toenmalige rijkswachttop. Ik had een magazine gezien met daarin een foto van een zwaantje op een Harley Davidson en was meteen verkocht. Iets later kreeg ik een beleefde brief terug dat ik nog wat te jong was, maar binnen enkele jaren de vraag opnieuw mocht stellen. Op mijn achttiende slaagde ik voor het ingangsexamen voor de opleiding van onderofficier aan de koninklijke rijkswachtschool in Gent. (glundert)
Hoe verliep je opleiding?
Op 27 juni 1974 stapte ik met mijn grote reistas door de statige poort van de rijkswachtschool. De dag voordien had ik nog mijn laatste examen afgelegd aan het VTI in Oostende. Alles verliep goed tot na het weekend. Toen begon het blaffen en snauwen. Mijn schoenen blonken niet genoeg of mijn haar was te lang. Er was altijd wel iets. Als straf bracht ik heel wat weekends door in de kazerne. Ik zag veel jongens in tranen uitbarsten en de opleiding verlaten maar ik beet door. Na de opleiding bleef ik nog wat plakken in Gent, maar veel tijd bracht ik niet door in de kazerne. In de vakantieperiodes vervoegde ik vaak de lucht- en zeehavenbrigade in Oostende. Met de hittegolf van 1976 was het puffen en zweten geblazen. Een winter- en zomeruniform bestonden toen nog niet. Altijd droegen we dezelfde tenue: de vareuse. Ook ordediensten in het binnenland hoorden erbij. Het waren soms harde confrontaties met de metaalarbeiders, mijnwerkers en studenten. Erg veilig voelden we ons niet met onze plastic helm. (lacht) Vandaag ben je bij de politie precies Robocop. Ook de wagens vielen regelmatig in panne. We vertrokken in een grote colonne, maar een op vier strandde langs de weg.
Wanneer vond je je weg naar Knokke?
In de zomer van 1977. Dankzij de brigadecommandant van de lucht- en zeehavenbrigade in Oostende. Hij zei: “Brouckske, je moet je aanvraag doen voor een brigade. Ik heb als eerste chef nog in Knokke gestaan. Je bent in maart net getrouwd en het is daar met logement.” Ik heb mijn aanvraag gedaan en in september zijn Brenda en ik verhuisd. Bij de rijkswacht had je wel toestemming nodig om te verhuizen. Ook om te trouwen. In die tijd was dat normaal. Twee streuse mannen van de Bewakings- en OpsporingsBrigade (BOB) kwamen bij mijn schoonouders langs om hen te screenen. Die mensen waren nog nooit in contact gekomen met zo’n personen. Ze kenden enkel mij en de champetter. (lacht)
Waaruit bestond het brigadewerk 
Interventies. Met een ploeg van twee personen waren we verantwoordelijk voor Knokke, Heist, Zeebrugge, Blankenberge, Uitkerke, Meetkerke, Houthave en een stuk van Wenduine. Na enkele jaren maakten we stiekem afspraken met de gemeentepolitie om bijstand aan elkaar te leveren. Zij hadden een radio van ons en wij een van hen. Het mocht niet van de rijkswachttop, maar dat trokken we ons niet aan. Die radio bleef er lange tijd staan. (lacht) Jammer genoeg zie je in onze job ook veel miserie. Ik kon goed loslaten, maar rampen zoals de Herald of Free Enterprise (maart 1987, red.) en internationale airshow in Oostende (juli 1997, red.) laten toch hun sporen na. Ook de slechtnieuwsmeldingen bij inwoners waren zwaar. Dit was ook meestal nachtwerk. Maar de taak van slachtofferbejegenaar was voor mij opnieuw een roeping. Waarschijnlijk door zelf twee kinderen te verliezen. Ik wist zelf hoe verlies voelde. Een keer heb ik zelf geluk gehad. Dat was in de jaren tachtig. Na een melding van een hold-up moesten we ter hoogte van Schapenbrug een deel van de rijbaan afzetten. De kegels, lichten en spijkereg lagen klaar, maar aan de foute kant. Ze kwamen vanuit Oostburg in plaats vanuit Knokke. Bij het verplaatsen van het materiaal reed een zware BMW me aan hoge snelheid voorbij. Met in de wagen enkele mannen met bivakmutsen. Gelukkig draaide dit niet uit in een vuurgevecht.
Waren jullie in de brigade in Knokke een hecht team?
Onze teambuilding bestond uit vogelpieken. Elke woensdagavond kwamen we samen in het vergaderzaaltje. Daar hing een vogelpiekbord met een kastje dat we zelf in elkaar hadden getimmerd. ’s Middags trokken we met de remorque naar de winkel om inkopen te doen. Maar de rijkswachttop heeft nooit een druppel alcohol gevonden. De bakken bier zaten verstopt in de smeerput in de garage. De combi reden we er netjes over.
Ook de jaarlijkse inspectie was teamwork. We poetsten dagenlang tot het blonk. Ook de fietsen. Ik had een koersfiets laten ombouwen tot dienstfiets maar er hingen van die knalrode plastic spatbordjes. De officier was niet blij: “Welke clown zijn fiets is dat hier?” Het was natuurlijk die van mij, dus dat was niet goed. (lacht) Elk jaar hadden we ook enkele uniformstukken te kort. We belden dan naar de andere brigades om kledij te lenen. Het koper blonken we mooi op, maar o wee als er vlekken op de stof waren. We hadden staatseigendom vuil gemaakt. Ja, de discipline lag ook in die periode hoog. Zelfs in de wagen zonder je kepie op leverde een tuchtstraf op.
Wanneer zette je de stap naar het wijkteam?
Al meteen na de politiehervorming. Wijkagent, dat was echt iets voor mij. Ik had de werking al gezien bij de collega’s van de gemeentepolitie. Als wijkagent was je verantwoordelijk voor je eigen buurt en kreeg je ook de tijd om de mensen te leren kennen. In de wijkpost in Moerkerke werkten ook vooral oud-rijkswachters. We kenden elkaar goed en hadden al veel samengewerkt. Ik heb me altijd goed gevoeld in de wijk Moerkerke-centrum. De inwoners konden op mij rekenen. Elke ochtend begon ik de dag met schooltoezicht. Voor mij was dit ‘het’ moment om contacten te leggen. Ik vertrok met de fiets door weer en wind. Daarna deed ik een toerke door het dorp om te kijken of alles in orde was. Vaak spraken inwoners me dan aan om af te spreken. Ik keerde altijd eerst terug naar de bureau voor een koffie en wat administratie, maar daarna liep ik de afspraken in mijn agenda af.
Heb je nog een tip voor de nieuwe lichting wijkinspecteurs?
Probeer er te zijn voor de inwoners van je wijk. Bij mij in Moerkerke mochten ze mij altijd bellen tot 22 uur. ’s Nachts ook, maar dan mocht het niet te lang duren. (lacht)
Hoe ziet je toekomst er uit? De laatste jaren waren niet evident voor jou, toch?
Op 17 december 2018 is alles veranderd. Die dag belandde ik met een dubbele hersenbloeding in het ziekenhuis. Er volgde een lange revalidatie. Met de hulp van een logopedist leerde ik opnieuw spreken en schrijven. Zonder die hersenbloeding was ik ongetwijfeld nog aan het werk. Ik heb nog steeds veel rust nodig. Nu wil ik vooral genieten met Brenda, onze vier kinderen en acht kleinkinderen. Niets moet nog. Als het mooi weer is, springen we op onze fiets. Dit wil niet zeggen dat ik kap met het verleden. Ik heb mijn werk heel graag gedaan. Met veel liefde. Het wijkteam van Damme mag mij zeker nog verwachten voor een koffie. (knipoogt)

0 reacties

Wees de eerste die reageert op dit artikel!

Geef een reactie op dit artikel

Velden met een * zijn verplicht in te vullen. E-mailadressen worden nooit gepubliceerd op de website.