De Zonnegloed in Vleteren bestaat 15 jaar: een mooi verhaal van hoop en veel liefde
De Zonnegloed in Vleteren bestaat 15 jaar. Straf. Heel straf want met beperkte financiële middelen maar met tonnen vol liefde en enthousiasme heeft de Zonnegloed zicht ontpopt van een kleinschalige kinderboerderij in Vleteren tot een van de weinige erkende animal sanctuaries in Europa. Het is het prachtig verhaal van dieren die opgegeven waren, en van mensen die dat weigerden te geloven.

Alles begon met wasberen. Niet met een masterplan, niet met subsidies of een businessplan met projecties en groeicurves. Gewoon met vijf wasberen die nergens anders terecht konden, en met twee mensen die geen nee konden zeggen. Vijftien jaar later telt De Zonnegloed meer dan 300 dieren, een team dat dag en nacht klaarstaat, en een verhaal dat veel groter is
geworden dan de mensen die het begonnen ooit hadden durven dromen. Karel en Lieve startten hun avontuur vanuit een eenvoudige overtuiging: kinderen verdienen het om te leren waar ons voedsel vandaan komt, wat natuur werkelijk betekent, en hoe we respectvol kunnen omgaan met het leven om ons heen. Wat begon als een educatieve kinderboerderij voor scholen en jeugdverblijven in het hart van de West-Vlaamse Westhoek, groeide uit tot iets wat niemand had voorzien: een toevluchtsoord voor dieren die de wereld vergeten leek te zijn.


Ruim 300 dieren een thuis gegeven
De Zonnegloed was in het begin letterlijk wat de naam zei: een plek waar de zon gloeit. Grote velden, akkerland, landbouwdieren. Lessenpakketten over melk en kaas, over voederbollen maken en vogels leren kennen, over de weg van schaap tot wol. Karel en Lieve wilden kinderen terug dichter bij de natuur brengen, en ze deden dat met de toewijding van mensen die ergens diep in geloven. Maar er was één lessenpakket dat er nooit van zou komen: het pakket over dierenwelzijn in Vlaanderen. Want om dat pakket te onderbouwen, trokken ze op bezoek bij organisaties als Stichting AAP, bij vogel-opvangcentra en het Natuurhulpcentrum in Opglabbeek. En wat ze daar zagen, veranderde alles. “Beren in kleine kooien. Neusberen. Wasberen. Roofvogels in veel te krappe verblijven. Stuk voor stuk dieren met een verschrikkelijk verleden. We wisten op dat moment nog niet wat we gingen doen, maar we wisten wel: we moeten hier iets aan doen”, aldus Karel.




Enkele weken later nam Stichting AAP contact op. Ze hadden een praktisch probleem: vijf wasberen in quarantaine, geen ruimte meer, en geen alternatieven. Euthanasie dreigde. Karel en Lieve hadden de ruimte, de verblijven, en de wil. Dus zeiden ze ja. En zo begon het. Een week later kwamen de neusberen. Daarna de lynxen en otters van een failliete dierentuin in Duitsland — gehaald met een camionette, de nodige papieren achteraf ingediend. Het ene trok het andere aan, heel organisch, stap voor stap. Niemand had een plan. De dieren zelf bepaalden de volgende stap.

-De eerste stap. Een educatieve kinderboerderij voor scholen en jeugdverblijven. Lessenpakketten, landbouwdieren, grote velden.
-De wasberen komen aan. Via Stichting AAP vangt De Zonnegloed haar eerste uitheemse dieren op.
-De sanctuary is geboren — al weet niemand dat woord nog.
-De eerste primaten. Een groep berberapen vindt een thuis. Elk verhaal dat ermee gepaard gaat, is zwaarder dan het vorige.
-Lid van EARS Rescue Centre Network. Na een intensief dossiertraject van een half jaar wordt De Zonnegloed erkend als Europese sanctuary.
-Op 15 mei arriveert Arda, de circusbeer.
-De beren en de poema. De eerste grote roofdieren vinden hun thuis in De Zonnegloed. Het team groeit.
-Oorlog in Oekraïne. De Zonnegloed helpt mee in het Europese netwerk om dieren uit conflictgebieden op te vangen. Een van de emotioneel zwaarste periodes.
-15 jaar. Meer dan 300 dieren een definitief thuis gegeven. Zes gezinsleden draaien dagelijks mee uit eigen gedrevenheid. Het verhaal gaat verder.
Elk dier is een wereld. Elk verhaal snijdt.
Wat De Zonnegloed onderscheidt van een klassieke dierentuin, is niet de omvang, niet de soorten, en niet de locatie. Het is de reden waarom de dieren er zijn. Ze komen niet om te worden tentoongesteld. Ze komen omdat ze nergens anders naartoe kunnen. Gered uit misbruik. In beslag genomen door overheden. Afgestaan door eigenaars die ze niet meer konden houden. Elk dier draagt een verleden dat niemand zou mogen hebben.
Arda Circusbeer · Aangekomen 15 mei 2014
Arda was een circusbeer. Haar hele leven draaide rond controle, rond presteren, rond overleven in een veel te klein verblijf. Op een bepaald moment begon ze stereotiep gedrag te vertonen — een teken dat een dier mentaal breekt. Niet meer bruikbaar voor het circus, werd ze overgedragen aan een plek in Bulgarije, Kormisosh — een plaats waar beren werden gefokt en verkocht aan jagers als trofee. Gelukkig veranderde de wetgeving. De beer werd een beschermde diersoort, en die praktijken werden verboden. Via Alertis en Bears in Mind kreeg De Zonnegloed de vraag: kunnen jullie twee van de zwaarst
getraumatiseerde beren opvangen? Op 15 mei 2014 arriveert Arda, samen met Elena. Ze deed 85% van de dag afwijkend gedrag — stereotiep heen en weer bewegen, een overblijfsel van een leven vol dwang. Lieve verzorgde haar dagelijks, ook
omdat ze hartproblemen had. Na verloop van tijd daalde dat afwijkend gedrag naar zo’n 15%. Een klein percentage, maar een wereld van verschil. Als Karel dit vertelt, komen de tranen. Het verhaal van Arda staat niet op zichzelf. Er zijn de berberapen die als peuters bij particulieren werden gehouden, verblind door suikerrijke bakkerijresten of opgesloten in kelders nadat hun eigenaar overleed. Er zijn de kapucijnenapen opgehaald die gedumpt werden langs de kant van de
snelweg, vastgeknoopt aan een lantaarnpaal. Er zijn de Oekraïense dieren die de oorlog overleefden maar hun verzorgers zagen verdwijnen, hun ritme zagen instorten, hun wereld zagen veranderen in iets wat ze niet konden begrijpen.
“Die dieren weten niet wat er rondom hen gebeurt. Hun verzorgers vallen weg. Hun ritme is weg. Zij weten van niets. En dan nog zoveel wezens, mensen en dieren, die zo onnodig moeten afzien”, aldus Karel over de oorlog in Oekraïne. Wat al die verhalen gemeen hebben, is de afloop. Hier, in Vleteren, krijgen dieren de kans om tot rust te komen. Een plek die klopt. Dat is ons engagement: dat elk dier een thuis heeft waar het zich veilig voelt, waar het niet telkens opnieuw moet beginnen, waar het gewoon mag zijn wie het is.
De ethiek
Waarom een sanctuary geen dierentuin is, en waarom dat ertoe doet De term “sanctuary” is in Vlaanderen nog altijd onbekend terrein. Toen Karel en Lieve begonnen, noemden ze zichzelf een dierentuin — simpelweg omdat de Belgische wetgeving geen andere categorie kende. Het was pas nadat iemand van Stichting AAP zei “Jullie zijn eigenlijk een wild
animal sanctuary” dat ze begrepen welk woord paste bij wat ze al jaren deden. Een sanctuary stelt dieren niet tentoon. Het vangt op. Het herstelt. Het biedt een definitief thuis aan dieren die nergens anders terechtkunnen. Dat klinkt als een subtiel verschil, maar het heeft verstrekkende gevolgen — voor de dieren, voor het team, en voor de bezoekers.
Wat een sanctuary onderscheidt
Geen fokprogramma’s voor publiek vertoon. Geen handel in dieren. Geen keuzes in welk dier economisch interessant kan zijn. De focus ligt volledig op welzijn, niet op aantrekkingskracht. Bezoekers zijn welkom — maar de primaire reden is niet entertainment. Het is bewustwording. Het verhaal achter elk dier is even belangrijk als het dier zelf. Dat is waarom in het onthaal van De Zonnegloed een foto hangt van een beer in een kleine, kale betonnen kooi. Niet om te shockeren. Maar om te tonen waar deze dieren vandaan komen, en waarom dit anders is.
De Zonnegloed is een van slechts een achttal erkende sanctuaries in Europa, verbonden via een overkoepelend Europees netwerk dat ook coördineerde bij de opvang van dieren uit het oorlogsgebied in Oekraïne. Toch wil De Zonnegloed haar deuren openstellen voor bezoek. De inkomsten van het publiek zijn wat de deuren openhoudt. Naast adopties en donaties van mensen die het werk steunen, is die publieke toegankelijkheid de financiële levensader. Zonder de beslissing van Lieve om het domein open te stellen voor bezoekers, had De Zonnegloed vandaag niet meer bestaan. Zo eerlijk is Karel erover.
De mensen
Een gezin dat een sanctuary werd. Er zijn werkweken geweest van tachtig, vijfentachtig uur. Verblijven die ’s nachts werden afgebouwd omdat de dieren de volgende ochtend zouden aankomen. Financiële crisissen waarbij een bevriende
restauranthouder letterlijk met zijn vrienden en zijn eigen geld is komen helpen om een binenverblijf af te werken. Momenten waarop alles tegelijk leek mis te gaan. Maar er is ook dit: zes leden van het gezin Ackaert draaien vandaag mee uit eigen gedrevenheid. Karel, Lieve, David, Immanuel, Simeon, en straks ook Elia — en schoondochter Cora maakt het
zelfs zeven. Kinderen die zijn opgegroeid tussen de dieren, die hielpen met hokken bouwen en tractor rijden, die elke aankomst van een nieuw dier hebben meegemaakt. Het is geen job geworden. Het is een levenshouding. “Die kinderen hebben een jeugd gehad die ze nu nog altijd bijblijft. ‘Pa, ma, weet je nog — toen die beer aankwam?’ Dat zijn de momenten die tellen”, aldus Karel.
Naast het gezin is er een team van verzorgers gegroeid dat gespecialiseerd is in soorten die in geen enkele standaard opleiding voorkomen. Verzorgers die nooit op automatische piloot werken — want bij beren en poema’s bestaat er geen automatische piloot. Altijd gefocust. Altijd geconcentreerd. Elke deur dubbel gecheckt, want de meeste ontsnappingen in dierentuinen wereldwijd zijn te wijten aan menselijke fouten, niet aan de dieren zelf. Er zijn ook de vrijwilligers, de bezoekers, de donateurs, de mensen die een dier “adopteren” en zo mee bijdragen aan zijn verzorging. Het is een web van mensen die geloven in hetzelfde — dat het anders kan. Dat een klein zaadje, een kleine inspanning, iets groots in gang kan zetten.
De toekomst: kwetsbaar, noodzakelijk en vastberaden

Als Karel gevraagd wordt wat hij hoopt over vijf jaar te kunnen zeggen, is zijn antwoord niet “we zijn groter geworden” of “we hebben meer soorten.” Zijn antwoord is simpel: “We zijn er nog.” Zo kwetsbaar is de realiteit van een sanctuary. Voerprijzen stijgen. Lonen stijgen. Brandstof, herstellingen, onverwachte medische kosten — alles stijgt. En de overheid? Die erkent De Zonnegloed tot op vandaag nog altijd niet als de maatschappelijk relevante instelling die het is. Een organisatie die taken opneemt die niemand anders opneemt, die dieren opvangt die de overheid zelf niet kan plaatsen — en toch geen structurele erkenning of steun ontvangt. Het is een van de meest frustrerende paradoxen van het verhaal. Maar zolang er dieren zijn die nergens terechtkunnen, gaat De Zonnegloed door. Dat staat vast. Niet uit koppigheid, maar uit overtuiging. Uit de wetenschap dat elke dag dat ze bestaan, er dieren zijn die beter leven dan ze ooit zouden hebben gedaan.
“Een klein zaadje, een kleine inspanning, een beetje hoop in het leven — dat kan zo mooi en zo waardevol zijn. Blijf kijken naar het positieve. Richt je daar op. Er is hoop”, klinkt Karel strijdbaar.
Het woord ‘hoop’ hangt aan de loods van De Zonnegloed. Niet toevallig. Hoop voor de dieren die hier aankomen gebroken en vertrekken — nooit meer. Hoop voor de mensen die langskomen en misschien iets meenemen dat ze niet verwacht hadden: het besef dat enkelen het verschil kunnen maken. Dat het anders kan. Dat het beter kan. Vijftien jaar geleden begon het met een handvol wasberen en twee mensen die geen nee konden zeggen. Vandaag is het een sanctuary, een gezin, een netwerk, een verhaal. En het verhaal is nog lang niet af.