Brugge verzamelde internationale erfgoedexperten over nieuwe masterplan voor Begijnhof
Internationale erfgoedexperten kwamen gisteren samen in Brugge om nieuwe aanbevelingen voor een geïntegreerde omgang met erfgoed te finaliseren. De aanbevelingen worden aangeboden aan UNESCO en de erfgoedpartners en vertrekken onder meer vanuit de vernieuwende aanpak die het stadsbestuur van Brugge toepast bij het masterplan voor het Begijnhof. Om 16 uur werden de aanbevelingen symbolisch ondertekend door burgemeester Dirk De fauw, schepen van Ruimtelijke Planning en Stadsontwikkeling Mathijs Goderis, schepen van Patrimonium Pieter Marechal en de aanwezige experten. Hoe zorg je ervoor dat bij de restauratie en ontwikkeling van een historische plek niet alleen de gebouwen worden bewaard, maar ook het levende erfgoed, de verhalen en de betekenis ervan? Die vraag stond centraal tijdens de internationale expertenbijeenkomst in Brugge.
Aanleiding is onder meer het nieuwe masterplan voor het Brugse Begijnhof. Stad Brugge koos daarbij bewust voor een brede, geïntegreerde benadering. Nog vóór de architecturale uitwerking werd onderzocht wat het Begijnhof doorheen zijn geschiedenis heeft betekend en welke erfgoedwaarden bewoners, Bruggelingen en andere betrokkenen vandaag als immateriële dimensies met deze plek verbinden.
Daaruit kwamen vijf belangrijke thema’s naar voren: het Begijnhof als veilige haven voor vrouwen, als plek van luwte, als omgeving waar zorgzaamheid en solidariteit centraal staan, als plaats voor ambacht en ondernemerschap en als plek van spiritualiteit en rituelen.
Die vijf themalijnen zijn vandaag een rode draad die we als immateriële erfgoedwaarden doorheen de verdere ontwikkeling van deze Werelderfgoedsite meenemen. Ze stonden centraal tijdens de viering van 800 jaar Begijnhof in 2025, vormden de basis voor een bewonerscharter voor huidige en toekomstige bewoners en werden ook meegegeven aan de architecten die het masterplan voor de restauratie en herwaardering uitwerken.
Burgemeester Dirk De fauw: “Het Begijnhof bestaat uit veel meer dan waardevolle gebouwen, straten en groen. De geschiedenis van de begijnen leeft ook verder in verhalen, tradities en in de bijzondere sfeer die mensen hier vandaag ervaren. Met deze aanpak proberen we ook die minder tastbare dimensie mee te bewaren voor de toekomst.”
Van stenen naar een levende erfgoedplek
Traditioneel vertrekken restauratie- en masterplannen sterk vanuit wat fysiek aanwezig is: gebouwen, interieurs, landschappen of bomen. De geïntegreerde erfgoedaanpak voegt daar een andere dimensie aan toe. Ook gebruiken, herinneringen, tradities, gemeenschappen en betekenissen worden vanaf het begin meegenomen.
Het uitgangspunt is dat waardevolle historische sites geen statische monumenten zijn, maar levende erfgoedplekken. Een restauratie wordt daardoor meer dan een technische oefening. Ze moet ook helpen om het karakter en de betekenis van een plek herkenbaar en beleefbaar te houden en een kader bieden waarin gemeenschappen er ook in de toekomst kunnen wonen, werken en samenleven.
Schepen van Ruimtelijke Planning en Stadsontwikkeling Mathijs Goderis: “Bij een masterplan kijken we vanzelfsprekend naar gebouwen, architectuur en ruimte. Maar bij een plek als het Begijnhof volstaat dat niet. We willen begrijpen waarom die plek gedurende eeuwen bijzonder is geweest en hoe we die kwaliteiten kunnen meenemen in toekomstige ruimtelijke keuzes. Zo worden de geschiedenis en de identiteit van de plek daadwerkelijk onderdeel van het masterplan.” Ook voor de toekomstige restauratie van het patrimonium heeft die aanpak concrete gevolgen.
Schepen van Patrimonium Pieter Marechal: “Goed restaureren betekent zorgvuldig omgaan met wat fysiek bewaard is gebleven, maar ook begrijpen waarvoor gebouwen en ruimtes werden gebruikt en welke betekenis ze hadden. Die kennis helpt om betere keuzes te maken. We restaureren dus niet alleen muren en daken, maar proberen tegelijk het verhaal en het karakter van de plek mee te bewaren.”
Internationale experten in Brugge
De Brugse aanpak trok de aandacht van experten uit verschillende erfgoeddomeinen. Vanuit de concrete ervaring met het Begijnhof ontstond het idee om inzichten breder te delen en te toetsen aan ervaringen uit binnen- en buitenland. Gisteren bracht Brugge daarom internationale erfgoedexperten samen. Ze wisselen ervaringen uit over de relatie tussen materieel en immaterieel erfgoed en bespreken hoe historische sites op een meer geïntegreerde en mensgerichte manier beheerd en ontwikkeld kunnen worden.
De Brugse case wordt daarbij naast andere internationale voorbeelden gelegd. Vanuit die praktijkervaringen werken de experten gezamenlijk aan aanbevelingen voor UNESCO, haar partners en de bredere internationale erfgoednetwerken. Het resultaat zijn de ‘The Bruges Recommendations on Integrated Heritage Approaches’. Daarmee levert Brugge als werelderfgoedstad vanuit een concrete lokale praktijkcase een bijdrage aan een bredere internationale ontwikkeling binnen de erfgoedsector: een aanpak waarbij gebouwen, plekken, gebruiken, verhalen en gemeenschappen sterker met elkaar worden verbonden.
Ondertekening in Brugge
Tijdens het netwerkmoment werden de aanbevelingen voorgesteld en ondertekend door burgemeester Dirk De fauw, schepen van Ruimtelijke Planning en Stadsontwikkeling Mathijs Goderis en schepen van Patrimonium Pieter Marechal. Jorijn Neyrinck, Bruggeling en vicevoorzitter van de Vlaamse UNESCO Commissie, werd gevraagd om mee te ondertekenen. Vervolgens werden ook de aanwezige experten uitgenodigd om hun handtekening onder de aanbevelingen te plaatsen.
De ondertekening vormde het sluitstuk van de internationale bijeenkomst in Brugge. Vandaag wordt in Leuven tijdens de studiedag ‘Levende erfgoedplekken – Van Napels tot Brugge’ verder ingegaan op deze geïntegreerde erfgoedbenadering. Aan de hand van Vlaamse en internationale voorbeelden wordt onderzocht hoe de geschiedenis van een plek, immaterieel erfgoed, onroerend erfgoed en de gemeenschappen die ermee verbonden zijn, samen kunnen worden benaderd. Het Brugse Begijnhof vormt daarbij een van de centrale praktijkcases.