Home > Boudewijn Seapark in Brugge reageert op het niet langer mogen houden van zeven dolfijnen

Boudewijn Seapark in Brugge reageert op het niet langer mogen houden van zeven dolfijnen

Geschreven op 20 juli 2026 om 13:38 door Mario De Wilde

Naar aanleiding van het niet langer meer houden van dolfijnen in gevangenschap vanaf 2027 dat deze ochtend minister Weyts bekend gemaakt heeft, wenst Boudewijn Seapark in Brugge daarop te reageren.  Het stelt grote vragen en bedenkingen omtrent het besluit dat zopas genomen is. Hierbij alvast de reactie van Lars van den Ham, Directeur van Boudewijn Seapark:
“Geachte leden van het Vlaams Parlement, Gedurende meer dan tien jaar heeft de Vlaamse overheid bewust gekozen voor een wetenschappelijke benadering van het welzijn van de dolfijnen in Boudewijn Seapark. Zij vroeg advies aan de Raad voor
Dierenwelzijn, stelde strengere welzijnsnormen op en gaf vervolgens opdracht tot drie onafhankelijke wetenschappelijke studies, uitgevoerd door een externe expert in dolfijnenwelzijn aangesteld door de Vlaamse overheid. Daarom roept het ontwerpdecreet tot uitfasering van walvisachtigen één fundamentele vraag op: Welke nieuwe wetenschappelijke inzichten rechtvaardigen dat de Vlaamse Regering vandaag kiest voor een beleidsrichting die afwijkt van de wetenschappelijke aanbevelingen uit de onafhankelijke advies- en onderzoekstrajecten die zij zelf heeft laten uitvoeren? Deze vraag stellen wij niet uit eigenbelang. Wij stellen haar omdat zorgvuldig bestuur vraagt dat een fundamentele beleidswijziging helder, transparant en wetenschappelijk wordt gemotiveerd.”
Een consistente wetenschappelijke lijn
“In 2013 concludeerde de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn dat er geen eenduidig wetenschappelijk bewijs bestond voor verstoord welzijn bij tuimelaars in moderne Europese dolfinaria. Daarom adviseerde de Raad verdere investeringen in dierenwelzijn, waaronder de aanleg van een buitenbassin. Na het advies van 2013 volgde een bevoegdheidsoverdracht van het federale naar het Vlaamse niveau. Omdat concrete Vlaamse richtlijnen en uitvoeringsvoorwaarden voor het buitenbassin vervolgens uitbleven, kon het project niet meteen worden gerealiseerd. Ruim tien jaar later liet de Vlaamse overheid opnieuw drie onafhankelijke wetenschappelijke studies uitvoeren. De eerste studie beschreef een buitenbassin als de minst risicovolle volgende stap om het welzijn van de huidige dieren verder te verbeteren, t.o.v. bijvoorbeeld vrijlating in het wild of plaatsing in een sanctuary. De tweede studie bracht twaalf onafhankelijke experts met uiteenlopende ethische standpunten samen om verschillende toekomstscenario’s te beoordelen. Ondanks hun uiteenlopende uitgangspunten
bereikte deze groep consensus dat een buitenbassin de meeste voordelen en de minste risico’s bood, en was unaniem van oordeel dat zowel vrijlating in het wild als verhuizing naar een ander dolfinarium aanzienlijke risico’s voor het dierenwelzijn inhielden. De derde studie kende de huidige dolfijngroep een objectieve C-Well-welzijnsscore van 84,9% toe en concludeerde bovendien dat zowel een fokverbod als het uiteenvallen van de sociale groep negatieve gevolgen zouden hebben voor het welzijn van de dieren. Dat zijn geen standpunten van Boudewijn Seapark. Dat zijn de resultaten van twee opeenvolgende onafhankelijke advies- en onderzoekstrajecten die de Vlaamse overheid zelf heeft geïnitieerd en laten begeleiden. Een overheid die gedurende vele jaren investeringen in dierenwelzijn stimuleert, wetenschappelijk onderzoek laat uitvoeren en een duidelijk beleidskader ontwikkelt, wekt bovendien een gerechtvaardigde verwachting dat fundamentele beleidswijzigingen zorgvuldig, transparant en voorspelbaar worden gemotiveerd. Dat raakt niet alleen aan wetenschappelijke zorgvuldigheid, maar ook aan het beginsel van behoorlijk bestuur en rechtszekerheid. Wanneer twee opeenvolgende onafhankelijke advies- en onderzoekstrajecten, met een tussenperiode van bijna tien jaar, in grote lijnen tot dezelfde conclusies komen, verdient een fundamentele beleidswijziging een uitzonderlijk grondige wetenschappelijke motivering.”
Het debat gaat over zeven dieren
“Het maatschappelijke debat over het houden van walvisachtigen is legitiem. Maar daarnaast bestaat ook een verantwoordelijkheid tegenover de zeven dolfijnen die vandaag onder menselijke zorg leven. Een uitfaseringsbeleid impliceert onvermijdelijk een fokverbod en, op termijn, de overplaatsing van dieren naar andere faciliteiten. Beide gevolgen zijn in de wetenschappelijke studies onderzocht, specifiek voor de huidige dolfijnengroep. Uit die studies blijkt dat overplaatsing kan leiden tot het uiteenvallen van een stabiele sociale groep met langdurige affectieve relaties en ertoe kan leiden dat dieren terechtkomen in faciliteiten waar de welzijnsomstandigheden afwijken van die waarin zij vandaag leven.
Wanneer een beleidskeuze zulke ingrijpende gevolgen kan hebben voor het welzijn van de huidige dieren, verdient ook die keuze een even zorgvuldige wetenschappelijke onderbouwing.”
De praktijk
“De praktijk toont bovendien aan dat een beslissing tot uitfasering geen einde maakt aan de welzijnsvraag. De dossiers van Marineland Antibes (Frankrijk) en Marineland Canada illustreren dat dergelijke beslissingen vaak jarenlang worden gevolgd door juridische procedures, vergunningstrajecten en internationale onderhandelingen over de bestemming van de dieren. In de praktijk blijkt terugkeer naar het wild geen realistisch eindscenario en verschuift de discussie uiteindelijk naar herplaatsing in andere dolfinaria binnen Europa of elders in de wereld. De fundamentele welzijnsvraag verdwijnt daarmee niet; zij verplaatst zich slechts naar een andere locatie. Daarom stellen wij vandaag een tweede vraag: Hoe zal dit besluit het welzijn van deze zeven dolfijnen aantoonbaar verbeteren? Onze oproep;
Wij vragen geen uitzondering.
Wij vragen geen voorkeursbehandeling.
Wij vragen geen debat gebaseerd op emoties of slogans.”

0 reacties

Wees de eerste die reageert op dit artikel!

Geef een reactie op dit artikel

Velden met een * zijn verplicht in te vullen. E-mailadressen worden nooit gepubliceerd op de website.