Zonnegloed: waarom witoorpenseelaapjes Frank en Jacotte nét iets meer afstand nodig hebben
Wie langs het verblijf van de witoorpenseelaapjes loopt, ziet twee kleine, razendsnelle aapjes die alles in de gaten houden. Hun namen zijn Frank en Jacotte, en hun verhaal begint niet in het park, maar bij mensen thuis. “Frank is degene met de lange staart,” vertelt verzorger Louis. “Jacotte heeft een iets kortere staart. Zo kunnen we ze makkelijk uit elkaar houden. We weten ook waar ze vandaan komen. Frank kwam uit Anderlecht, Jacotte uit Kortrijk. Ze leefden allebei bij mensen thuis, als huisdier. En dat merk je vandaag nog duidelijk aan hun gedrag.”
Te vertrouwd met mensen
Normaal reageren kleine penseelaapjes heel anders op verzorgers. Wanneer iemand het verblijf binnenkomt, duiken ze meestal weg en kijken ze vanop afstand toe wat er gebeurt. “Bij veel van onze kleine aapjes zie je dat ze eerst verdwijnen en ons van op een veilige afstand observeren,” legt Louis uit.
Maar Frank en Jacotte doen dat niet. “In quarantaine merkten we meteen dat ze totaal niet bang waren,” zegt Louis. “Wanneer we binnenkwamen, sprongen ze gewoon op ons.” Dat klinkt misschien grappig, maar in de praktijk zorgt het voor problemen. De nageltjes van deze kleine aapjes zijn vlijmscherp.
“Zelfs wanneer ze ons maar aanraken, staan onze armen al vol krassen,” vertelt Louis. Het is geen agressie, maar verkeerde socialisatie. Omdat ze zo dicht bij mensen zijn opgegroeid, zien ze mensen niet meer als iets waar ze afstand van moeten houden.
Een andere manier van werken
Omdat Frank en Jacotte zo vertrouwd zijn met mensen, werken de verzorgers anders dan bij andere penseelaapjes. “Bij sommige van onze andere aapjes kunnen we gewoon het verblijf binnen om te kuisen of eten te geven,” zegt Louis. “Maar bij Frank en Jacotte doen we dat niet.” In plaats daarvan gebruiken de verzorgers een systeem waarbij de aapjes tijdelijk naar een ander gedeelte van het verblijf worden geleid. “Dat noemen we ‘sassen’,” legt Louis uit. “We laten hen eerst naar één deel van het verblijf gaan en sluiten dan het luikje. Zo kunnen wij in het andere deel werken. Als we klaar zijn, doen we het omgekeerd.” Op die manier blijft het veilig voor zowel de verzorgers als de dieren.
Wilde dieren horen niet in een woonkamer
Het verhaal van Frank en Jacotte is geen uitzondering. Regelmatig komen dieren bij De Zonnegloed terecht nadat ze eerst als huisdier werden gehouden. “In het begin lijkt dat schattig,” zegt Louis. “Maar zelfs kleine dieren kunnen gevaarlijk worden. En vaak beseffen mensen dat pas na een tijdje.” Wanneer dat gebeurt, belanden zulke dieren vaak in opvangcentra zoals De Zonnegloed. Daar proberen verzorgers hen opnieuw een leven te geven dat dichter aanleunt bij hun natuurlijke gedrag. Met meer afstand tot mensen en meer aandacht voor hun eigen soortgenoten. “Wat wij eigenlijk het liefst zien,” besluit Louis, “is dat ze op een veilige afstand blijven zitten wanneer we binnenkomen. Dan weten we dat ze zich gedragen zoals echte aapjes.”