Steeds minder West-Vlaamse werknemers kiezen enkel voor de auto, 3 op 10 wisselen met fiets
In West-Vlaanderen blijft de auto koning van het pendelverkeer: 8 op de 10 werknemers in de provincie gebruiken de wagen om naar het werk te gaan. Maar steeds minder mensen kiezen altijd voor de wagen. Intussen wisselen 3 op de 10 (29%) werknemers in West-Vlaanderen de auto af met de fiets om naar het werk te pendelen. Dat is iets meer dan een verdubbeling in vijf jaar tijd. Dat alles blijkt uit de tiende editie van de mobiliteitsbarometer voor West-Vlaanderen van hr-expert Acerta.
Voor het tiende jaar op rij brengt hr-expert Acerta de pendelgewoontes van de Belg in kaart. Dat de fiets de voorbije jaren in het pendelverkeer sterk in opmars was, was al duidelijk. 48,3% van de werknemers in West-Vlaanderen gebruikt de fiets, al dan niet in combinatie met andere vervoersmiddelen, om naar het werk te rijden. Dat is een toename van 57% in vergelijking met vijf jaar geleden. Een deel zet de fiets in in combinatie met de auto, bijvoorbeeld door de ene dag met de wagen en de andere dag met de fiets te gaan; in West-Vlaanderen regelt 3 op de 10 (29,4%) van de pendelaars het zo. Dat is meer dan een verdubbeling in 5 jaar tijd. 17,6% gebruikt altijd de fiets voor het volledige pendeltraject, 10% meer dan vijf jaar geleden.
Auto blijft koning
Hét populairste vervoersmiddel van de Vlaming om op het werk te geraken, blijft wel de auto. 79,5% van de West-Vlaamse werknemers gebruikt de wagen, al dan niet in combinatie met andere vervoersmiddelen, voor het pendeltraject, 2,4 procentpunt meer dan het Vlaamse gemiddelde (77,1%), 49,3% rekent altijd en enkel op de wagen – een daling met een kwart (-25,5%) ten opzichte van vijf jaar geleden. De overige werknemers gebruiken de wagen afwisselend met andere vervoermiddelen en dus voornamelijk in combinatie met de fiets.
De winst van de fiets en de populariteit van de auto gaan ten koste van het openbaar vervoer (OV). Het aandeel daarvan in West-Vlaanderen is de laatste vijf jaar met 10,5% gedaald naar 3,7%. Slechts 2% van de werknemers in West-Vlaanderen rekent enkel en alleen op het openbaar vervoer (dus niet in combinatie met andere vervoersmiddelen), wat de helft onder het resultaat voor Vlaanderen (3,8%) blijft.
|
Wonen en werken, in West-Vlaanderen gebeurt het binnen de eigen provincie
Als we het woonadres en werkadres van werknemers bekijken, dan stellen we vast dat werknemers het liefst in de provincie werken waar ze ook wonen. In West-Vlaanderen is dat uitgesproken het geval: 88,6% woont en werkt er. Er is weinig ‘import’ van werknemers binnen België, en als die er is, komt die vooral uit buurprovincie Oost-Vlaanderen, nauwelijks van over de taalgrens. Henegouwers bijvoorbeeld kiezen naast de eigen provincie eerst voor Waals-Brabant en Brussel om er te gaan werken. De taalgrens blijkt dus ook een mobiliteitsgrens.
Ruim de helft meer elektrische bedrijfswagens, 1 op de 3 rijdt elektrisch
Een andere opvallende conclusie uit de mobiliteitsbarometer: iets minder bedienden rijden rond met een bedrijfswagen. Het afgelopen jaar daalde hun aandeel van 23,7% naar 23,2%. 1 op de 3 bedrijfswagens is intussen volledig elektrisch – dat betekent een toename van maar liefst 58,1% op één jaar tijd.
Tot slot blijkt uit deze tiende editie van Acerta’s mobiliteitsbarometer dat de Belg gemiddeld 21,2 km van het werk vandaan woont, in West-Vlaanderen is dat 20,8 km. Daarmee wonen we vandaag verder van het werk dan vijf jaar geleden: toen bedroeg de gemiddelde afstand nog 19,7 km voor de Belg en 19,2 km voor de West-Vlaming.


