Home > ​Steeds minder West-Vlaamse werknemers kiezen enkel voor de auto, 3 op 10 wisselen met fiets

​Steeds minder West-Vlaamse werknemers kiezen enkel voor de auto, 3 op 10 wisselen met fiets

Geschreven op 15 januari 2026 om 07:00 door Mario De Wilde

In West-Vlaanderen blijft de auto koning van het pendelverkeer: 8 op de 10 werknemers in de provincie gebruiken de wagen om naar het werk te gaan. Maar steeds minder mensen kiezen altijd voor de wagen. Intussen wisselen 3 op de 10 (29%) werknemers in West-Vlaanderen de auto af met de fiets om naar het werk te pendelen. Dat is iets meer dan een verdubbeling in vijf jaar tijd. Dat alles blijkt uit de tiende editie van de mobiliteitsbarometer voor West-Vlaanderen van hr-expert Acerta.

Voor het tiende jaar op rij brengt hr-expert Acerta de pendelgewoontes van de Belg in kaart. Dat de fiets de voorbije jaren in het pendelverkeer sterk in opmars was, was al duidelijk. 48,3% van de werknemers in West-Vlaanderen gebruikt de fiets, al dan niet in combinatie met andere vervoersmiddelen, om naar het werk te rijden. Dat is een toename van 57% in vergelijking met vijf jaar geleden. Een deel zet de fiets in in combinatie met de auto, bijvoorbeeld door de ene dag met de wagen en de andere dag met de fiets te gaan; in West-Vlaanderen regelt 3 op de 10 (29,4%) van de pendelaars het zo. Dat is meer dan een verdubbeling in 5 jaar tijd. 17,6% gebruikt altijd de fiets voor het volledige pendeltraject, 10% meer dan vijf jaar geleden.

Auto blijft koning

Hét populairste vervoersmiddel van de Vlaming om op het werk te geraken, blijft wel de auto. 79,5% van de West-Vlaamse werknemers gebruikt de wagen, al dan niet in combinatie met andere vervoersmiddelen, voor het pendeltraject, 2,4 procentpunt meer dan het Vlaamse gemiddelde (77,1%), 49,3% rekent altijd en enkel op de wagen – een daling met een kwart (-25,5%) ten opzichte van vijf jaar geleden. De overige werknemers gebruiken de wagen afwisselend met andere vervoermiddelen en dus voornamelijk in combinatie met de fiets.

De winst van de fiets en de populariteit van de auto gaan ten koste van het openbaar vervoer (OV). Het aandeel daarvan in West-Vlaanderen is de laatste vijf jaar met 10,5% gedaald naar 3,7%. Slechts 2% van de werknemers in West-Vlaanderen rekent enkel en alleen op het openbaar vervoer (dus niet in combinatie met andere vervoersmiddelen), wat de helft onder het resultaat voor Vlaanderen (3,8%) blijft.

Figuur 1: Aandeel van vervoersmiddelen in woon-werkverkeer (2020-2025 en de evolutie daartussen), cijfers mobiliteitsbarometer Acerta

Thijs Deklerck, kantoordirecteur Acerta Roeselare: “De snelle opmars van de e-bike en bijbehorende gesofisticeerde fietskledij en -helmen, zorgen ervoor dat fietsen naar het werk steeds comfortabeler wordt. Ook de openbare ruimte wordt met de aanleg van extra fietssnelwegen en bredere fietspaden steeds fietsvriendelijker. Uiteraard zal de fiets nooit voor iedereen dé oplossing zijn. In sommige delen van de provincie is de pendelafstand bijvoorbeeld iets te groot om met de fiets af te leggen. Toch is de trend in West-Vlaanderen, net als in heel Vlaanderen, wel gunstig. Werkgevers spelen daarop in door fietsleases aan te bieden en fietsvergoedingen toe te kennen. Zo worden hun werknemers ook fitter én verkleinen ze de kans op langdurige uitval. Met de focus in 2026 op de (re-integratie van) langdurig zieke werknemers, verwachten we dat bedrijven nog verder op de gezondheidsvoordelen van de fiets zullen inzetten.”

Wonen en werken, in West-Vlaanderen gebeurt het binnen de eigen provincie

Als we het woonadres en werkadres van werknemers bekijken, dan stellen we vast dat werknemers het liefst in de provincie werken waar ze ook wonen. In West-Vlaanderen is dat uitgesproken het geval: 88,6% woont en werkt er. Er is weinig ‘import’ van werknemers binnen België, en als die er is, komt die vooral uit buurprovincie Oost-Vlaanderen, nauwelijks van over de taalgrens. Henegouwers bijvoorbeeld kiezen naast de eigen provincie eerst voor Waals-Brabant en Brussel om er te gaan werken. De taalgrens blijkt dus ook een mobiliteitsgrens.

Figuur 2: Woon-werkverplaatsingen tussen provincies (in %) – cijfers 2025 Acerta mobiliteitsbarometer

Ruim de helft meer elektrische bedrijfswagens, 1 op de 3 rijdt elektrisch

Een andere opvallende conclusie uit de mobiliteitsbarometer: iets minder bedienden rijden rond met een bedrijfswagen. Het afgelopen jaar daalde hun aandeel van 23,7% naar 23,2%. 1 op de 3 bedrijfswagens is intussen volledig elektrisch – dat betekent een toename van maar liefst 58,1% op één jaar tijd.

Figuur 3: Brandstof bedrijfswagens 30 september 2020, 2024 en 2025

Tot slot blijkt uit deze tiende editie van Acerta’s mobiliteitsbarometer dat de Belg gemiddeld 21,2 km van het werk vandaan woont, in West-Vlaanderen is dat 20,8 km. Daarmee wonen we vandaag verder van het werk dan vijf jaar geleden: toen bedroeg de gemiddelde afstand nog 19,7 km voor de Belg en 19,2 km voor de West-Vlaming.


 Over het onderzoek
 De verzamelde, geanonimiseerde gegevens zijn gebaseerd op de werkelijke loongegevens van meer dan 382.000 werknemers, tewerkgesteld bij meer dan 40.000 werkgevers uit de private sector, medewerkers van zowel kmo’s als grote ondernemingen. De data worden via Acerta’s mobiliteitsbarometer nu al voor het tiende jaar op rij opgevolgd en geanalyseerd, met metingen op kwartaalbasis.

0 reacties

Wees de eerste die reageert op dit artikel!

Geef een reactie op dit artikel

Velden met een * zijn verplicht in te vullen. E-mailadressen worden nooit gepubliceerd op de website.