Home > Sprotjes, dunlipharders, dansmuggen…: Zwinuitbreiding zorgt voor nieuwe vis- en vogelsoorten

Sprotjes, dunlipharders, dansmuggen…: Zwinuitbreiding zorgt voor nieuwe vis- en vogelsoorten

Geschreven op 20 oktober 2022 om 09:28 door Mario De Wilde

De Zwinuitbreiding in Knokke-Heist loont, dat blijkt uit een grensoverschrijvende monitoring van Nederlandse en Vlaamse natuurexperts. Verschillende vis- en vogelsoorten hebben zich dankzij het natuurbeheer in de Zwinvlakte kunnen vestigen. Vooral de vele steltlopersoorten springen in het oog. Ornithologen spreken van een waar vogelparadijs.

Eerst even terug in de tijd
Op 4 februari 2019 werd de Internationale Dijk doorbroken om de zee, via de Zwingeul, toegang te geven tot 120 ha van de grensoverschrijdende Willem-Leopoldpolder. Dat was een duurzame oplossing om meer en kwaliteitsvollere getijdennatuur te realiseren.

Om dat project te kunnen evalueren werd een grensoverschrijdend monitoringsonderzoek opgestart door het Agentschap voor Natuur en Bos, de Provincie Zeeland en het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust. Het onderzoek omvat zowel een ecologische monitoring, een abiotische monitoring als een monitoring van de verzilting van het Zwin. Met de ecologische monitoring worden kennis en inzicht verzameld over de snelheid waarmee planten, vogels, insecten, spinnen, ongewervelde zeedieren en vissen het nieuwe gebied koloniseren en gebruiken. In de voormalige Zwinvlakte wordt gefocust op de snelheid en de mate van herstel van het oude schor.

Conclusie 1: meer slik en schor vol leven
De eerste resultaten van het onderzoek wijzen in de richting van een snelle kolonisatie door de natuur van de voormalige polder. In de zomer van 2020 wisten de eerste schorrenplanten zich al vrij massaal te vestigen. De pioniers zeekraal en klein schorrenkruid bezetten tijdens die zomer al een aanzienlijk deel van de oppervlakte. In 2021 bestond een kwart van de oppervlakte uit lage schorre. Naast beide pionierplanten groeiden er ook aanzienlijke hoeveelheden gewoon kweldergras naast mondjesmaat zeeaster en gewone zoutmelde.

Het overgrote deel van de Zwinuitbreiding (60%) bestaat evenwel uit kaal slik naast met zeewater gevulde geulen en laagten (10%). Al in de eerste zomer na de dijkdoorbraak vestigden zich daarin drie à vier soorten waaronder larven van dansmuggen en een soort borstelworm. Die levensgemeenschap van bodembewonende ongewervelden evolueert volgens de verwachtingen. Aanvankelijk worden piekdichtheden van opportunistische soorten genoteerd. Vaak zijn het zogenaamde bioturbatoren, die de bodemsedimenten danig kunnen omwoelen dat ze allerlei bodemprocessen sterk beïnvloeden. Hun populaties wisselen elkaar snel af naarmate het seizoen vordert.

Het visonderzoek toonde de aanwezigheid aan van minstens zeven soorten waaronder de bedreigde paling, bot, dunlipharder, sprot en zeebaars. De vangst van zowel jonge als volwassen vissen toont aan dat de Zwinuitbreiding benut wordt als foerageergebied en kraamkamer. De uiteenlopende voedingsstrategie van de vissen wijst op een goede basis van de voedselketen, wat bevestigd wordt door de hoge aantallen van talrijke bodemdiersoorten, de aanwezigheid van een productieve biofilm en het hoge gehalte aan organisch materiaal in de slikbodem. De uitgestrekte biofilms, tapijten van bacteriën en eencellige organismen en wiertapijtjes, die bestaan uit kiezelwieren en fijndradige algen, zijn behalve voor vissen ook een voedselbron voor bergeenden en andere wadvogels.

Conclusie 2: vogelparadijs
Door de effecten van de voormalige verzanding was de reputatie van het Zwin als place to be voor vogelkijkers tanend. Maar de Zwinuitbreiding bood al meteen soelaas. Al kort na het broedseizoen vinden tot ruim 100 lepelaars en tientallen kleine zilverreigers de weg naar het Zwin. Grote aantallen meeuwen en sterns komen er rusten, waaronder honderden grote sterns die hier in de zomer geruime tijd vertoeven met hun pas uitgevlogen jongen. Tijdens het winterhalfjaar is de Zwinuitbreiding de slaapplaats voor enkele duizenden ganzen (brandgans, kolgans en grauwe gans), evenveel kokmeeuwen en bijna 500 wulpen.

Last but not least is er het grote belang voor doortrekkende en overwinterende eenden en steltlopers. Bij de eenden gaat het hoofdzakelijk om bergeend, wilde eend, wintertaling en smient. Het is niet ongewoon om van die soorten enkele honderden exemplaren aan te treffen. Vooral bergeend haalt opnieuw de aantallen van weleer. En die is nu net de sliksoort bij uitstek van het viertal.

Bij steltlopers gaat het om aanzienlijke aantallen van scholekster, kluut, zilverplevier, bonte strandloper, tureluur en bontbekplevier. Voor die soorten heeft de Zwinuitbreiding zich meteen ontpopt tot een van de belangrijkste overwinteringsgebieden van België, zo niet het belangrijkste.

Ook voor broedvogels is de Zwinuitbreiding belangrijk. Het merendeel van de kluten die in het Zwin op de broedeilanden nestelen, trekken met hun kuikens naar de slikken van de Zwinuitbreiding om er voedsel te zoeken. Ook bergeenden doen dat.

Een belangrijke doelstelling van de Zwinuitbreiding was ook bij te dragen aan het herstel van de schorre in het bestaande Zwin. De uitdieping en verbreding van de Zwingeul zorgen ervoor dat een veel grotere hoeveelheid zeewater dagelijks in en uit het Zwingebied kan stromen. De oude Zwinvlakte overstroomt daardoor op talrijke plaatsen opnieuw meer en langduriger. De recente heropbloei van de iconische lamsoor spreekt boekdelen.

Conclusie 3: werken aan natuur heeft effect en iedereen kan volop genieten van die natuur
Het monitoringsonderzoek toonde verder aan dat het natuurbeheer werkt. In de zones die door runderen vaak worden begraasd, kan het schor zich handhaven of herstellen van de onderdrukking door strandkweek. Ook maaien kan strandkweek helpen onderdrukken. Afgraven van aanzienlijke stukken schor, zoals in 2013, is ingrijpend, maar zorgt wel degelijk voor een spectaculair herstel van de habitat.

De combinatie van natuurbeheer en het opnieuw vaker en langduriger kunnen overstromen van de Zwinvlakte is niet alleen gunstig voor de typische plantengroei. Ook tureluurs hebben er baat bij. Ze verkiezen laaggelegen schor als broedgebied omdat dat een geschikte biotoop is om de kuikens te laten opgroeien. In de uitbreiding zelf is broeden nog niet mogelijk, maar de toegenomen overstromingsdynamiek komt de kwaliteit van de gedegradeerde Zwinschorre in elk geval ten goede.

Ten slotte biedt de nieuw aangelegde, robuuste, zeewerende dijk de mogelijkheid om volop te genieten van het Zwin in verandering. Zowel fietsers als wandelaars komen er volop aan hun trekken. Te oordelen naar de duizenden passanten op zomerse dagen is het Zwin inderdaad een natuurlijke topattractie! Het behoud en het zorgvuldige beheer van het Zwin en van intergetijdengebieden in het algemeen is van groot belang. Ook op Europese schaal zijn kusthabitats immers zeldzaam en niet zelden bedreigd in hun voortbestaan. Mede daarom zijn ze door Europese regelgeving beschermd als Natura 2000-gebied. Je vindt de rapporten van de monitoring op www.natuurenbos.be/zwin-in-verandering.

0 reacties

Wees de eerste die reageert op dit artikel!

Geef een reactie op dit artikel

Velden met een * zijn verplicht in te vullen. E-mailadressen worden nooit gepubliceerd op de website.