Seniorenadviesraad (SAR) van Diksmuide nam afscheid van Katrien Matte
De Seniorenadviesraad (SAR) van Diksmuide heeft afscheid genomen van Katrien Matte. Zij verlaat het stadsbestuur en gaat met pensioen. Katrien Matte is gedurende zes jaar secretaris van deze adviesraad geweest. Het SAR-bestuur heeft haar onlangs uitgewuifd. Katrien Matte kwam als pas afgestuurde in 1986 bij de stad Diksmuide werken. Ze startte haar loopbaan bij de Sportdienst en schopte het in 1998 tot sportfunctionaris. Nadien werd ze verantwoordelijke voor de Woonwinkel. In volle coronacrisis keerde ze terug naar de stadsadministratie om in 2020 de taken van de UiTPAS en het seniorenbeleid op zich te nemen.
“In de beginjaren was dit moeilijk werken”, steekt Katrien Matte van wal. “In 2020 was er geen voorzitter van de SAR en de toenmalige secretaris Christiane Bruynooghe overleed begin 2022. Ik nam de taak van secretaris van de SAR op mij. Marie-Rose Develter en Georges Mersseman namen het co-ondervoorzitterschap op zich. In die periode was het niet evident om te werken, projecten en ideeën te lanceren. Toch is de groep er goed doorheen gesparteld”.
“Begin 2024 word ik voorzitter van de SAR”, vervolgt Ronny Vanhooren. “Dat paste volledig in de visie van Katrien om eindelijk, na de corona, met een nieuwe dynamiek te starten ten voordele van een steeds groter wordende groep Diksmuidelingen, namelijk de senioren, ondertussen zo’n kwart van de bevolking van Diksmuide. “Na ruim twee jaar is de samenwerking omwille van haar pensioen beëindigd. Katrien is een bepalende factor geweest van hoe de werking van de SAR er nu uitziet. Ze heeft haar schouders gezet onder een nieuw subsidiereglement, de knelpuntenwandeling, de smoefelfietstocht, de organisatie van de seniorenmaand. Ze heeft de senioren in Diksmuide opnieuw een gezicht gegeven. Ze heeft de beeldvorming van de ouderen opgekrikt. Zij weet maar al te goed dat senioren jong van hart en dynamisch zijn. Katrien heeft een nieuwe seniorenweg aangelegd waarbij ze een vertakking heeft gecreëerd naar sport, cultuur en onderwijs”, besluit Ronny Vanhooren.