Home > Ruim 1 op de 3 West-Vlamingen presteert minstens wekelijks overuren

Ruim 1 op de 3 West-Vlamingen presteert minstens wekelijks overuren

Geschreven op 7 mei 2026 om 07:00 door Mario De Wilde

Voor ruim één op de drie West-Vlamingen (36% – BE: 32%) zijn overuren minstens wekelijkse kost, drie procent (BE: vijf procent) presteert er zelfs dagelijks. Dat blijkt uit recent onderzoek in opdracht van Protime, marktleider in tijdregistratie bij 2.000 Belgische bedienden waaronder 222 uit West-Vlaanderen. 62% van de West-Vlamingen (BE: 55%) houden deze overuren vaak tot altijd bij, terwijl dat bij ongeveer één op de vier (26% – BE: 33%) zelden of nooit gebeurt. Nochtans ziet een ruime meerderheid het nut om ze bij te houden: volgens bijna de helft van de West-Vlamingen (49% – BE: 55%) helpt het om minder overuren te maken, en volgens 75% (BE: 69%) om ze gecompenseerd te krijgen.

“Tijdregistratie helpt niet alleen om overuren correct bij te houden, maar ook om ze te beheersen. Door een beter inzicht in de gewerkte tijd kunnen leidinggevenden de werkdruk evenwichtiger verdelen en processen efficiënter plannen,” zegt Jan Van Autreve, CEO van Protime. “Net zoals een hartslagmeter ons waarschuwt wanneer we te intensief sporten, kunnen online registratietools een alarmbel doen afgaan wanneer werknemers systematisch te veel overuren kloppen.”

Nog snel enkele mailtjes afwerken of een dossier afronden na de reguliere werktijd? Voor de meeste West-Vlamingen is dit herkenbaar. Slechts (15% – BE: 15%) blijft gespaard van overuren, terwijl 36% (BE: 32%) zijn werkweek gemiddeld met zo’n drie uur ziet uitlopen.

Hoe regelmatig presteer je overuren?

Nooit (15% – BE: 15,8%)
Minder dan maandelijks (13,9% – BE: 14,2%)
Ongeveer één keer per maand (12% – BE: 12,7%)
Enkele keren per maand (23,5% – BE: 25%)
Ongeveer wekelijks (18,4% – BE: 15%)
Meerdere dagen per week (14,7% – BE: 12%)
(Bijna) elke dag (2,6% – BE: 5,4%)

Volgens Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde aan de KU Leuven, is het aantal gewerkte uren slechts een deel van het verhaal: “Of overwerk problematisch wordt, hangt sterk af van de context: de mate van autonomie, de ervaren werkdruk, de steun van leidinggevenden en collega’s, en vooral de ruimte voor herstel. Zonder die buffer kan eenzelfde aantal uren een heel ander effect hebben op de mentale gezondheid. Zelf kiezen om een tandje bij te steken is dan ook iets anders dan geforceerd worden om lange uren te kloppen.”

Tegelijk waarschuwt professor Godderis dat structureel overwerken wel risico’s kan inhouden: “Vanaf ongeveer 50 tot 55 uur werken per week neemt het risico op mentale gezondheidsklachten geleidelijk toe[1] – zeker wanneer dit geen tijdelijke piek is, maar een structureel patroon. Wie langdurig boven die grens werkt, bouwt vaak een stille maar reële gezondheidslast op, waarvan de effecten zich vaak pas na maanden of jaren laten voelen.”

Één op de vier West-Vlaamse bedienden houdt overuren zelden tot nooit bij

Bij de West-Vlamingen die wel eens overuren kloppen, worden deze slechts door 62% (BE: 55%) vaak tot altijd geregistreerd. Bij meer dan een kwart (26% – BE: 33%) gebeurt dit zelden tot nooit. Bovendien geeft 31% van de West-Vlaamse bedienden (BE: 37%) aan dat deze overuren niet gecompenseerd worden.

Opvallend; bij 13% van de West-Vlaamse bedienden (BE: 16%) heeft de leidinggevende zelfs helemaal geen idee dat er overuren gemaakt worden. Bij nog eens 23% (BE: 23%) weet de baas dit wel, maar niet hoeveel en wanneer ze gepresteerd worden.

Volgens ongeveer de helft van de West-Vlaamse bedienden (49% – BE: 55%) kan tijdregistratie ervoor zorgen dat er minder overuren gepresteerd worden. Bovendien geeft driekwart (BE: 69%) aan dat het bijhouden van de gewerkte tijd ervoor kan zorgen dat overuren makkelijker gecompenseerd worden.

“Meer inzicht in de gewerkte tijd van werknemers levert belangrijke inzichten op voor leidinggevenden. Pas wanneer werktijd geregistreerd wordt, kunnen ze de oorzaken van structurele overuren aanpakken en zorgen voor een betere verdeling van het werk. Werknemers kunnen dankzij dit inzicht tijdig hulp vragen wanneer ze niet genoeg tijd krijgen om opdrachten af te ronden. De bijgehouden gewerkte tijd vormt daarbij een objectieve basis om hun hulpvraag te ondersteunen en te onderbouwen,” besluit Jan Van Autreve, CEO van Protime.

Methodologie

De resultaten komen uit een online onderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau iVOX in opdracht van Protime. Tussen 28 januari en 9 februari 2026 werden 2.000 Belgische bedienden bevraagd, waarvan 222 West-Vlamingen. Het onderzoek is representatief op geslacht en leeftijd. De maximale foutenmarge bij 2.000 Belgische bedienden bedraagt 2,19%.

Over Protime

Protime werd opgericht in 1995 en is marktleider op het gebied van tijdregistratie, personeelsplanning en toegangscontrole. Dankzij een voortdurende focus op innovatie, levert het bedrijf vandaag workforce managementoplossingen in een brede waaier van klanten en sectoren. Zo telt Protime ruim 5.000 tijdregistratie-installaties in Europa, bij bijna evenveel klanten verspreid over Europa. Protime werd 10 jaar op rij verkozen tot Great Place to Work en streeft ernaar om een “Once in a lifetime employer” te zijn. De organisatie telt zo’n 550 ‘Protimers’.

0 reacties

Wees de eerste die reageert op dit artikel!

Geef een reactie op dit artikel

Velden met een * zijn verplicht in te vullen. E-mailadressen worden nooit gepubliceerd op de website.