Home > Diksmuideling Andy Vermaut ontvangt International Human Rights Committee Award 2026

Diksmuideling Andy Vermaut ontvangt International Human Rights Committee Award 2026

Geschreven op 5 augustus 2026 om 06:02 door Mario De Wilde

Op zondag 26 juli 2026 mocht Andy Vermaut uit Diksmuide in Alton, in het Verenigd Koninkrijk, de International Human Rights Committee Award 2026 in ontvangst nemen. De onderscheiding werd hem persoonlijk overhandigd door emir Muhammed Bin Salih uit Ghana en Nasim Malik uit Zweden tijdens een internationale bijeenkomst met ruim 51.000 aanwezigen.

Deze erkenning houdt ook verband met zijn jarenlange inzet voor de Ahmadiyya-gemeenschap. De West-Vlaming probeert aandacht te vragen voor Ahmadi-moslims die in Pakistan vanwege hun geloofsovertuiging worden gediscrimineerd, vervolgd, bedreigd en uitgesloten. Hun situatie raakt hem sterk, omdat het gaat om mensen die zichzelf als moslim beschouwen, maar van de Pakistaanse staat niet als moslim mogen worden erkend.

Sinds een grondwetswijziging uit 1974 worden leden van de Ahmadiyya-gemeenschap in Pakistan juridisch als niet-moslims beschouwd. In 1984 werden de strafrechtelijke bepalingen 298-B en 298-C ingevoerd. Daardoor kunnen Ahmadi-moslims strafrechtelijk worden vervolgd wanneer zij zichzelf moslim noemen, hun geloof als islam aanduiden, islamitische benamingen gebruiken, hun geloof verkondigen of anderen uitnodigen om kennis te maken met hun overtuiging. Op dergelijke feiten kan een gevangenisstraf van maximaal drie jaar en een geldboete staan.

De vervolging blijft niet beperkt tot wetten en administratieve regels. Ahmadi-moslims worden geconfronteerd met willekeurige arrestaties, haatzaaiende taal, aanvallen op gebedshuizen, beschadiging van begraafplaatsen en gewelddadige aanvallen. Deskundigen van de Verenigde Naties hebben herhaaldelijk hun ernstige bezorgdheid geuit over buitengerechtelijke moorden, fysieke aanvallen, detenties en intimidatie. In 2024 hield het geweld aan en vielen volgens de United States Commission on International Religious Freedom vier doden onder Ahmadi-moslims.

Ook gewone geloofshandelingen kunnen aanleiding geven tot vervolging. Ahmadi-moslims kunnen problemen krijgen omdat zij bidden, religieuze teksten verspreiden, hun gebedshuizen islamitische benamingen geven of openlijk uitkomen voor hun geloof. In januari 2025 werd volgens informatie die aan mensenrechtenexperts van de Verenigde Naties werd bezorgd een Ahmadi-vrouw vervolgd omdat zij na een vraag van een buur religieus onderwijs voor kinderen had aangeboden. De feiten werden onder artikel 298-C van het Pakistaanse strafrecht geplaatst, waardoor zij een gevangenisstraf van maximaal drie jaar en een boete riskeerde.

De discriminatie beïnvloedt verschillende onderdelen van het dagelijkse leven. Ahmadi-moslims kunnen hun religieuze identiteit niet vrij uitdrukken en worden onder druk gezet bij officiële documenten en verkiezingsregistratie. Daarnaast blijven beschuldigingen van godslastering bijzonder gevaarlijk. Zulke beschuldigingen kunnen leiden tot arrestatie, langdurige gevangenschap en bedreigingen door extremistische groeperingen of individuen, zelfs voordat een rechtbank zich over de feiten heeft uitgesproken. Internationale mensenrechtenorganen hebben Pakistan daarom herhaaldelijk opgeroepen zijn discriminerende wetgeving te wijzigen en Ahmadi-moslims daadwerkelijk tegen geweld en vervolging te beschermen.

Voor Andy Vermaut gaat deze award daarom niet alleen over persoonlijke erkenning. De onderscheiding biedt ook een gelegenheid om opnieuw aandacht te vragen voor mensen van wie zelfs de religieuze identiteit door de wet wordt ontkend. Niemand zou het risico mogen lopen om gearresteerd, aangevallen of uitgesloten te worden omdat hij of zij openlijk een geloof belijdt. Andy Vermaaut: “De uitreiking in Alton was voor mij een grote eer. Dat ik de prijs persoonlijk mocht ontvangen van emir Muhammed Bin Salih en Nasim Malik, in aanwezigheid van ruim 51.000 mensen uit verschillende landen en achtergronden, maakte het moment bijzonder. Tegelijk voelde ik vooral verantwoordelijkheid. De internationale aandacht moet worden gebruikt om de stem van vervolgde geloofsgemeenschappen sterker te laten klinken. Ik beschouw de International Human Rights Committee Award 2026 dan ook niet als een eindpunt. De onderscheiding moedigt mij aan om mij te blijven uitspreken voor vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing, menselijke waardigheid en het recht van iedere persoon om zonder angst voor vervolging de eigen overtuiging te beleven.”

1 reactie

Eddy Laurijssen
Geschreven op 2026-08-07 21:36:29
Geweldig nieuws Andy, meer dan verdiend. Een dikke proficiat. Eddy Laurijssen

Geef een reactie op dit artikel

Velden met een * zijn verplicht in te vullen. E-mailadressen worden nooit gepubliceerd op de website.