Brugse rechtbank geeft strenge straffen voor daders die 31 migranten lieten sterven
De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge heeft vier beklaagden veroordeeld
tot gevangenisstraffen van elf tot dertien jaar wegens mensensmokkel met verzwarende
omstandigheden. De beklaagden leverden nautisch materiaal aan een criminele organisatie waarvan
twintig beklaagden reeds eerder werden veroordeeld voor hun aandeel in de feiten.
Feiten
Vanuit Noord-Frankrijk en de Belgische kust pogen migranten in bootjes de gevaarlijke tocht over de
Noordzee aan te vangen. Verschillende voertuigen transporteerden nautisch materiaal vanuit
opslagplaatsen in Duitsland naar de kust in Noord-Frankrijk en/of West-Vlaanderen, via de Belgische
wegen. Op 18 oktober 2023 werden twintig beklaagden door deze rechtbank veroordeeld voor hun
aandeel in deze feiten. Zeven van hen werden na hoger beroep definitief veroordeeld bij arrest van
het hof van beroep Gent van 29 januari 2025. Deze organisatie stond in voor de levering van het
nautisch materiaal op de stranden waar de transmigranten vertrokken naar het Verenigd Koninkrijk.
Analyse van gsm-toestellen en verschillende overeenstemmende verklaringen toonden de
betrokkenheid van de huidige vier beklaagden aan. Zij leverden nautisch materiaal aan de
veroordeelde organisatie. Eerste beklaagde was verantwoordelijk voor de aanvoerlijn vanuit Turkije
van motoren en buitenboordmotoren. Hij was niet van bij aanvang betrokken bij de organisatie maar
stond later in contact met meerdere kopstukken. Tweede beklaagde verstuurde vrachtwagens met
boten vanuit Turkije naar Nederland. Vanuit Nederland werden de boten naar Duitsland gevoerd. De
derde beklaagde werd ook vermeld in een bij een huiszoeking aangetroffen boekhouding van de
organisatie. Verschillende personen hebben tweede en derde beklaagde aangeduid als “baas”.
Tweede en derde beklaagde stonden in rechtstreeks contact met meerdere kopstukken van de
organisatie. De vierde beklaagde wisselde ook foto’s uit van transmigranten in de boten op zee.
Op 24 november 2021 verscheen een krantenartikel over het dodelijkste incident op het kanaal ooit.
Een van de kopstukken die eerder werd veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf (hierna XY genoemd)
verstuurde het artikel aan eerste beklaagde. Op 25 november 2021 stuurde XY aan derde beklaagde:
“31 personen zijn dood”. Op 1 december 2021 converseerden XY en eerste beklaagde over de
berichtgeving dat er onder 27 overledenen drie kinderen en zeven vrouwen zijn. XY werd gearresteerd
op 4 mei 2022. Zijn arrestatie haalde de internationale pers. Niettemin bleken eerste en derde
beklaagde hun materiaal verder te verkopen aan andere leden van de organisatie in Duitsland.
Tenlasteleggingen
De vier beklaagden werden veroordeeld voor mensensmokkel met verschillende verzwarende
omstandigheden:
– de gesmokkelde personen verkeerden in een kwetsbare toestand door hun onwettige of
precaire administratieve toestand;
– het leven van de slachtoffers werd opzettelijk of door grove nalatigheid in gevaar gebracht,
hetgeen duidelijk blijkt uit de modus operandi waarbij gebruik gemaakt wordt van
rubberboten om de oversteek te maken naar het Verenigd Koninkrijk;
– van de betrokken activiteit werd een gewoonte gemaakt, zoals blijkt uit de hoeveelheid
nautisch materiaal dat werd verhandeld;
– de feiten werden gepleegd in het kader van een criminele organisatie die bestond uit meer
dan drie personen.
Strafvordering maar ontvankelijk voor feiten vanaf 1 augustus 2021
De criminele organisatie werd maar veroordeeld voor transporten via Belgische wegen en
afzetplaatsen op Belgische stranden vanaf 1 augustus 2021. Voor feiten voorheen werd de
strafvordering onontvankelijk verklaard, nu niet blijkt dat er feiten gepleegd werden in België, terwijl
de beklaagden evenmin in België werden gevonden.
De motivering van de rechtbank en de bestraffing
De eerste beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 jaar en een geldboete van
400.000 euro. De tweede en derde beklaagde werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaar
en een geldboete van 600.000 euro. De vierde beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf
van 12 jaar en een geldboete van 600.000 euro. Alle beklaagden werden ontzet uit de rechten
genoemd in artikel 31 Strafwetboek overeenkomstig artikel 77sexies Vreemdelingenwet voor een
termijn van tien jaar.
Bij de bepaling van de strafmaat werd onder meer rekening gehouden met volgende elementen:
– De handelswijze van de beklaagden ontwricht de samenleving en getuigt van minachting voor
de wetten en reglementen met betrekking tot de toegang tot het grondgebied van de staten,
het welzijn en de veiligheid van de slachtoffers van mensensmokkel die uit persoonlijke of
familiale veiligheidsoverwegingen of uit economische noodzaak hun land van herkomst zijn
ontvlucht. De feiten werden gepleegd louter met het oog op groot geldgewin ten koste van
deze heel kwetsbare personen. Er kan niet aan voorbijgegaan worden dat dergelijke vormen
van internationaal georganiseerde criminaliteit enerzijds de arbeidsmarkt, de reguliere
economie en het asiel- en vreemdelingenbeleid ondergraven en anderzijds megawinsten
opleveren ten koste van slachtoffers waarvan sommigen de tocht niet eens overleven.
– Alle beklaagden hebben een blanco strafregister.
– Tweede, derde en vierde beklaagde waren niet aanwezig op de zitting zodat de rechtbank
geen zicht heeft op hun actuele socio-economische situatie.
– De omvang van de feiten evenals de rol van elk van hen en hun eigen aandeel in de feiten.
Ten aanzien van eerste beklaagde werd een bedrag van 100.000,00 dollar verbeurd verklaard. Het
openbaar ministerie vorderde een verbeurdverklaring van 1 770 000,00 euro. Het dossier omvat geen
gegevens waaruit zelfs maar bij benadering het daadwerkelijk genoten vermogensvoordeel kan
worden bepaald. Wel blijkt uit documenten de betalingen van minstens 100.000 dollar.
De eerste beklaagde onderging voorhechtenis van 6 februari 2025 tot heden. Tweede, derde en vierde
beklaagde werden veroordeeld bij verstek en hun onmiddellijke aanhouding werd bevolen.