Brasserie Tuinbos in Sint-Andries krijgt met Sophie en Yves vanaf 2026 nieuwe uitbaters
Goed nieuws voor de fijnproevers uit het Brugse. Toen afgelopen winter chef-kok Kurt (58) en gastvrouw Kathleen (57) besloten om met pensioen te gaan, werd gevreesd dat de populaire brasserie Tuinbos in Sint-Andries zou verdwijnen. Na 32 jaar (beiden runden daarvoor 14 jaar lang Brasserie Velddreef even verderop in Varsenare) werd het werken in de horeca te zwaar. De kinderen zagen een opvolging niet zitten en dus keken beiden uit om een goede opvolger te vinden. Maar met de komst van ladychef Sophie Van de Walle en Yves Van Severen (die de zaal voor zijn rekening zal nemen) kunnen de vele trouwe gasten van dit stukje Brugs erfgoed op hun twee oren slapen. Tot half december blijven Kurt en Kathleen nog op post (laatste dag wordt zondag 14 december) zodat de nieuwe uitbaters vanaf begin januari 2026 aan de slag kunnen. Beiden komen niet onbeslagen op het ijs. Yves werkte zo’n 16 jaar in de Vleeshandel in Varsenare en nadien in verschillende Brugse horecazaken. Sophie van haar kant was jarenlang het gezicht in de keuken van het Concertgebouw in Brugge. Voor beiden, die op een paar honderd meter van brasserie Tuinbos wonen, diende deze opportuniteit zich op het juiste moment aan. Beiden gaan voor een zelfstandig horeca-avontuur in een bekend restaurant. De specialiteiten en de sfeer van brasserie Tuinbos willlen ze zoveel mogelijk behouden. Wel gaan ze enkele moderne toetsen aan de kaart geven. Nieuw wordt het tearoomgedeelte in de namiddag. De mooie tuin en het comfortabel terras bieden mogelijkheden om ook ’s namiddags de gasten op hun wenken te bedienen en dat met zelfgemaakte zoetigheden, gebak en desserts.
Tuinbos was tachtig jaar geleden een drukbeklant café en het gebouw kenmerkt zich door haar haast iconische bouwstijl met achteraan een opvallend verandagedeelte. Wat Kurt en Kathleen na de overname gaan doen? “Begin volgend jaar gaan we op vakantie en daarna wat ruimte maken voor onszelf, alles wat laten bezinken en dan zien wat er onze wegen nog kruist’, luidt het gezamenlijk antwoord.