Bodemonderzoek toont aan dat PFAS-vervuiling in Sint-Joris Beernem beperkt blijft
De Vlaamse Waterweg nv heeft van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) de bevestiging ontvangen dat het beschrijvend bodemonderzoek voor het kanaaleiland en de omgeving in Sint-Joris Beernem conform is verklaard. Het onderzoek toont aan dat de PFAS-vervuiling beperkt blijft tot het schiereiland. De Vlaamse Waterweg nv heeft hiervoor een saneringstraject klaar. De noodzakelijke aanvullingen na de eerste indiening in januari 2026 werden begin juli 2026 aan OVAM bezorgd.
De Vlaamse Waterweg nv beschikt in Sint-Joris over een vergunde site voor zandontginning, lagunering en deponie voor baggerspecie. Bij een regulier bodemonderzoek werd in 2023 vastgesteld dat er PFAS aanwezig zijn. Daarop kondigde het Agentschap Zorg & Gezondheid in de omgeving preventief enkele maatregelen af. De Vlaamse Waterweg nv gaf de opdracht om een diepgaander of beschrijvend bodemonderzoek op te maken om de PFAS-aanwezigheid exacter te bepalen en het risico ervan in te schatten. Uit dit onderzoek blijkt dat een bodemsaneringsplan moet worden opgemaakt. Het beschrijvend bodemonderzoek werd opgemaakt door een onafhankelijke, erkende bodemsaneringsdeskundige volgens de voorschriften van het Bodemdecreet. Bij dit onderzoek werd onder meer gekeken naar de aanwezigheid van PFAS in de grond op de verschillende percelen op het eiland, in het grondwater onder en in de buurt van het eiland, in het oppervlaktewater (kanaal en kanaalarm) en in de waterbodem (kanaal en kanaalarm). Daarbij werd onderzocht welke risico’s er zijn voor de mens, andere organismen, en het risico op verdere verspreiding via het grondwater.
Resultaten onderzoek
Het conform verklaarde beschrijvend bodemonderzoek is gepubliceerd op de website van De Vlaamse Waterweg nv. Uit de resultaten blijkt dat er geen actuele of potentiële risico’s zijn voor de mens. Er is wel risico op schadelijke effecten voor het ecosysteem en levende organismen op het eiland. Omdat het grondwater op het eiland verontreinigd is geraakt met PFAS, diende gesteld te worden dat er sprake is van een (beperkt) verspreidingsrisico. Dit risico is beperkt tot het eiland zelf, de terreinen aan de overkant van de kanalen zijn gevrijwaard gebleven van enige risico’s. Algemeen wordt geconcludeerd dat een sanering noodzakelijk is.
Het conform verklaarde bodemonderzoek is ook beschikbaar voor het Agentschap Zorg & Gezondheid. Zij kunnen de uitgevaardigde preventieve maatregelen op basis van de nieuwe informatie herzien.
Sanering wordt gefaseerd aangepakt
De Vlaamse Waterweg nv volgt de adviezen van OVAM op. Er zal voor een saneringsaanpak worden gekozen waarbij het concept van ‘geïntegreerd saneren’ centraal staat. Dit betekent dat de sanering zo efficiënt mogelijk wordt aangepakt in combinatie met de verdere exploitatie van het terrein. Deze werken worden gefaseerd uitgevoerd om de nadelen voor de natuurwaarde van het terrein zo min mogelijk te houden. De voorziene sanering zal door een aannemer gebeuren die gespecialiseerd is in de verwerking van waterbodems. Deze manier van werken laat ook toe om bijna alle activiteit te laten uitvoeren vanop het water. Na de exploitatieperiode zal het terrein de nabestemming krijgen die de gemeente via de regels
voor ruimtelijke ordening voorziet. De Vlaamse Waterweg nv engageert zich om na afloop van de sanering de omgeving nog enkele decennia te blijven monitoren. “De concessie moet garanties bieden op een deskundige slibverwerking volgens de geldende normen en met aandacht voor de veiligheid en gezondheid van de omwonenden”, beklemtoont Filip Boelaert, gedelegeerd bestuurder van De Vlaamse Waterweg nv. “Meteen wordt ook de PFAS-vervuiling die destijds nog niet
gekend was, passend aangepakt en gesaneerd. Het beschrijvend bodemonderzoek is daarvoor een eerste belangrijke stap.”
Het conform verklaarde beschrijvend bodemonderzoek is te vinden via deze link