Andy Vermaut uit Diksmuide ijvert voor Europees kader voor grondrechten in de praktijk
Andy Vermaut uit Diksmuide heeft, namens de Wereldraad voor Publieke Diplomatie en Gemeenschapsdialoog, via verzoekschrift 2599/2025 aan het Europees Parlement gevraagd om werk te maken van een EU-breed kader dat de toepassing van grondrechten in de praktijk consistenter, duidelijker en controleerbaarder maakt in alle lidstaten van de Europese Unie. Het onderwerp van het verzoekschrift valt onder burgerrechten en heeft betrekking op alle EU-lidstaten. Op 24 juni 2026 ontving ik het formele antwoord van de voorzitter van de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement. Het verzoekschrift werd intussen afgesloten.
Andy Vermaut: “Met dit verzoekschrift wilde ik de aandacht vestigen op een fundamenteel probleem binnen de Europese Unie. Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is bindend wanneer lidstaten EU-recht uitvoeren, maar in de praktijk merken burgers dat de toepassing van die rechten sterk kan verschillen van lidstaat tot lidstaat. Dat zorgt voor onzekerheid, ongelijkheid en een aantasting van het vertrouwen in de Europese rechtsstaat. Mijn voorstel kreeg als werktitel ‘Rechten in de praktijk’. De kern ervan is eenvoudig: grondrechten mogen niet alleen op papier bestaan. Burgers moeten erop kunnen rekenen dat hun rechten op een duidelijke, toegankelijke en vergelijkbare manier worden beschermd, ongeacht in welke lidstaat zij zich bevinden. Ik pleit daarom voor EU-minimumnormen voor bestuurlijke procedures die grondrechten raken. Wanneer een overheid beslissingen neemt die een directe impact hebben op burgers, moet duidelijk zijn welke waarborgen gelden, hoe grondrechten worden getoetst en welke mogelijkheden burgers hebben om op te komen tegen fouten of onrecht. Daarnaast stel ik een jaarlijkse verslagleggingscyclus voor, waarbij elke lidstaat rapporteert over concrete situaties waarin grondrechten werden gewaarborgd of geschonden. Dat zou niet alleen meer transparantie creëren, maar ook toelaten om goede praktijken en structurele problemen beter in kaart te brengen. Een ander onderdeel van het voorstel is de ontwikkeling van een scorebord per lidstaat. Zo’n scorebord kan burgers, beleidsmakers, parlementsleden en maatschappelijke organisaties helpen om de vooruitgang rond grondrechten op een heldere manier te volgen en te vergelijken. Europa beschikt vandaag al over instrumenten zoals de jaarlijkse rechtsstaatrapporten van de Europese Commissie. Een uitbreiding naar de bredere toepassing van grondrechten zou volgens mij een logische en noodzakelijke stap zijn. Ik vraag ook om een administratieve toolkit voor nationale overheden. Die moet helpen om grondrechtentoetsing niet pas achteraf te bekijken, maar structureel op te nemen in beleidsvoorbereiding, administratie en besluitvorming. Grondrechten moeten een vaste toetssteen worden in het dagelijkse bestuur. Voor mij raakt dit dossier aan de kern van Europees burgerschap. Wanneer dezelfde grondrechten in de ene lidstaat anders worden toegepast dan in de andere, dan verliest het Europese burgerschap een deel van zijn betekenis. Burgers mogen niet afhankelijk zijn van toeval, administratieve gewoonten of nationale verschillen wanneer het gaat over fundamentele rechten.”
De Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement heeft de behandeling van het verzoekschrift van Andy Vermaut afgerond. Een afsluiting betekent dat de commissie haar procedure heeft beëindigd. Dat kan verschillende vormen aannemen: een inhoudelijke beoordeling, een doorverwijzing naar bevoegde instellingen of autoriteiten, of een vaststelling dat verdere behandeling binnen de commissie niet wordt voortgezet. Voor Vermaut eindigt het debat hier niet. Dit verzoekschrift was volgens hem een formele stap om een bredere discussie op gang te brengen over de manier waarop Europa zijn grondrechten niet alleen juridisch erkent, maar ook praktisch afdwingbaar maakt voor burgers. De Europese Unie kan haar geloofwaardigheid versterken door grondrechten tastbaar te maken in het dagelijkse leven van mensen. De West-Vlaming blijft ervan overtuigd dat Europa nood heeft aan een sterker, zichtbaarder en beter vergelijkbaar systeem voor grondrechten in de praktijk. Niet als extra bureaucratie, maar als bescherming voor burgers en als steun voor overheden die hun verantwoordelijkheid ernstig willen nemen.