50.000 euro Vlaamse subsidie voor proefproject bij kwekerij De Oesterput in Oostende
Ostendaise oesters kennen hun oorsprong lang voor onze start in 1995. Miljoenen van de befaamde Royal d’Ostende werden reeds 300 jaar geleden geëxporteerd naar Frankrijk, Rusland, de Balkanstaten en de Duitse en Oostenrijkse gebieden. De Belgische ‘Ostendaisen’ mochten in deze periode onder geen beding ontbreken op de menu’s van de Europese upper class. Vandaag de dag zijn we de enige kwekerij die het oorspronkelijke DNA heeft van deze pareltjes. En er is extra goed nieuws. De Vlaamse overheid trekt bijna 50.000 euro uit voor een proefproject bij de Oostendse kwekerij. Met dat geld wil het bedrijf een systeem uitrollen dat de kweek van oesters gedeeltelijk automatiseert én een betere oogst oplevert. De Oesterput kweekt jaarlijks 10 tot 15 ton oesters in de Spuikom van Oostende. De oesters groeien in manden die aan lijnen in het water hangen. Op dit moment moeten die manden 4 keer per jaar handmatig uit het water worden gehaald. De oesters worden dan in een trommel gestopt, zodat de scherpe kantjes van de schelp afslijten en de schelp een mooie vorm krijgt. Tegelijk worden de manden gereinigd van algen en zeepokken. Samen met de Universiteit Gent ontwikkelde De Oesterput een systeem om de manden automatisch te draaien, veel regelmatiger. Doordat de manden gedeeltelijk boven het wateroppervlak komen, drogen de algen en zeepokken uit en laten ze vanzelf los.